Met preventie vol inzetten op het voorkomen van beroertes

Elk jaar krijgen meer dan 40.000 mensen een hersenbloeding. En dat heeft grote gevolgen voor hen en hun naasten. Meer preventie kan veel van die beroertes voorkomen. Liane den Haan ging op werkbezoek bij de revalidatieafdeling van het Amsterdamse Leo Polakhuis, waar mensen die een beroerte hebben gedaan zo worden begeleid dat ze – als het mogelijk is – weer naar huis kunnen.

Tijdens een werkbezoek aan verpleeghuis Leo Polak in Amsterdam Nieuw-West liet Liane den Haan zich uitgebreid voorlichten over beroertes: hoe gewerkt wordt aan revalidatie, aan kennisoverdracht en aan het voorkomen van beroertes. Het Leo Polakhuis was daarvoor de aangewezen plek, omdat het verpleeghuis een revalidatieafdeling heeft voor de behandeling en nazorg speciaal voor mensen die een CVA (de officiële naam voor een beroerte) hebben gehad.

Beroertepreventie

Verpleegkundigen en de specialist ouderengeneeskunde van het Leo Polakhuis gaven een inkijkje in hun werk op CVA-unit waar patiënten na een beroerte revalideren. Voor elke patiënt wordt een programma op maat gemaakt, waarin onder meer fysiotherapie, ergotherapie, logopedie, diëtetiek en neurologische muziektherapie opgenomen kunnen zijn. Het terugwinnen van zelfstandigheid zodat een patiënt weer naar huis kan is de belangrijkste doelstelling. Bij zestig procent van de patiënten lukt dat, wel met hulp en ondersteuning van bijvoorbeeld thuiszorg en huishoudelijke hulp. Want niemand wordt weer helemaal ‘de oude’ na een beroerte. De overige 40 procent van de mensen gaat naar een medisch specialistisch revalidatiecentrum of naar een verpleeghuis.

“Het zou natuurlijk geweldig zijn als kunnen voorkomen dat mensen een CVA krijgen. Daarom moet beroertepreventie hoger op de – ook politieke – agenda komen te staan”, zei Liane den Haan. “Op die manier zorgen we er niet alleen voor dat een hogere kwaliteit van leven, bij henzelf en hun naasten, maar worden ook de druk op de zorg en de zorgkosten verlaagd.”

Oorzaken aanpakken

Bij het werkbezoek vertelde Melchior Nierman van Atal Medial uitgebreid over trombosezorg, boezemfibrilleren en het voorkomen van beroertes. Er wordt namelijk door allerlei partijen fors ingezet op het voorkomen van CVA’s. Onder meer de ontwikkeling van nieuwe medicatie moet de kans op hersenbloedingen sterk verminderen. Grote vraag is: hoe spoor je mensen op die een groter risico hebben op een beroerte? Een indicatie is boezemfibrilleren, een hartritmestoornis die ook wel atriumfibrilleren wordt genoemd. Bij boezemfibrilleren heeft het hart een onregelmatige hartslag die veel te hoog is. De belangrijkste oorzaak is een hoge bloeddruk, maar ook hartklepafwijkingen, overgewicht of schildklieraandoeningen kunnen boezemfibrilleren veroorzaken. Door de oorzaken aan te pakken kunnen boezemfibrilleren en beroertes worden voorkomen.

Tekst loopt door onder de foto’s

Beroertepreventie challenge

Het is belangrijk dat zorgverleners in de eerste lijn, zoals praktijkondersteuner van huisartsen, de risico’s herkennen, om vervolgens hun patiënten te informeren en bewust te maken van de gevaren. Voor eerstelijns zorgverleners is er de online nascholing Beroertepreventie challenge, die als doel heeft het aantal beroertes ten gevolge van atriumfibrilleren al in de huisartsenpraktijk te herkennen. “Maar is dat wel genoeg?”, wil Liane weten. “Moeten we mensen niet bewuster maken van de risico’s op boezemfibrilleren en een beroerte met bijvoorbeeld een publiekscampagne?”

Onder de indruk

Liane den Haan was na afloop van haar werkbezoek onder de indruk van de kennis, inzet en deskundigheid van de mensen die bij het Leo Polakhuis werken. “Ik ben blij met de ontwikkelingen op het gebied van preventie”, zei ze. “Want op preventie moeten we ons veel meer op richten, vind ik. De druk op de zorg is veel te hoog en we moeten bewerkstelligen dat de zorg houdbaar blijft, in capaciteit maar ook in kosten. Daarvoor moet er een aantal dingen veranderen en daar ga ik me in de Tweede Kamer voor inzetten.”

Ruimte voor maatwerk

Liane somde enkele zaken op die anders moeten in de zorg: “De bekostiging, om te beginnen. Dan de werkdruk: die moet omlaag. We moeten zorgen voor meer collega’s, maar ook dat mensen meer inspraak krijgen, bijvoorbeeld over hun werktijden. Er moet meer ruimte komen voor maatwerk, zoals dat hier in het Leo Polak gebeurt. En – ik zei het al – er moet veel meer aandacht zijn voor preventie. Last but not least moeten we werken aan het imago van de zorg en vooral de ouderenzorg. Wat mijn betreft begint dat al in het onderwijs.”

Wilt u op de hoogte blijven? Meld u aan voor onze nieuwsbrief!

    Share on facebook
    Share on whatsapp
    Share on linkedin
    Share on email
    Share on twitter

    Onze website maakt gebruik van analytische cookies om uw ervaring te verbeteren. Lees voor meer informatie ons privacybeleid.