Bouwen voor ouderen geeft jongeren ruimte

Eén van de belangrijkste oplossingen om de woningmarkt van het slot te halen is het bouwen van woningen voor ouderen. Want als zij kunnen verhuizen naar een woning die bij ze past en waar ze goed oud kunnen worden, dan komen er honderdduizenden woningen vrij. Woningen voor starters en jonge gezinnen. Dus gemeenten, ga bouwen voor ouderen, want zo helpen we jongeren aan een huis!

De helft van alle volwassenen in Nederland (ruim 7 miljoen mensen) is op dit moment 50 jaar of ouder. Om die vergrijzing op te vangen, moeten we vooral kijken naar de woningmarkt. Want goed ouder wonen begint bij goed wonen. Ouderen die in een huis wonen dat bij ze past, waar voorzieningen – zoals een supermarkt, een apotheek en openbaar vervoer – dichtbij zijn, kunnen langer zelfstandig wonen en doen minder beroep op zorg en ondersteuning.

Uit onderzoek van ActiZ uit 2019 blijkt dat 90 tot 95 procent van de ouderen op dit moment in een voor hen ongeschikt huis woont. Het kost landelijk 7,5 miljard euro om woningen die wél in de buurt van voorzieningen liggen aan te passen, zodat mensen er goed oud kunnen worden. En nog eens 6 miljard euro om woningen aan te passen voor ouderen die willen verhuizen naar plekken waar meer voorzieningen zijn. Tot op wijkniveau is in het onderzoek in kaart gebracht wat de woonopgave per gemeente is. Waarom gaan gemeenten daar niet mee aan de slag?

Meer dan een derde van alle ouderen in Nederland is op dit moment op zoek naar een geschikte woning, maar kan niets vinden. En projecten zoals de Knarrenhof die voor ouderen bouwen krijgen bij bijna geen enkele gemeente voet aan de grond. Bouwen voor ouderen is niet sexy, zo blijkt; gemeenten bouwen liever dure woningen. Terwijl dat geen oplossing biedt om de vastzittende woningmarkt van het slot te krijgen. Het is als een trechter: je moet niet de bovenkant verder verbreden, maar de onderkant. Anders komt de doorstroming nooit op gang.

Wat mij betreft is het glashelder: ouderen wonen in te grote, niet passende woningen met een trap, drempels en vaak een tuin die lastig te onderhouden is. Terwijl starters en jonge gezinnen niet aan een woning kunnen komen. De oplossing is duidelijk: we moeten zorgen dat er woningen komen voor senioren, zodat zij kunnen verhuizen. En jongeren en gezinnen in hun woning kunnen trekken. Daarmee is bouwen voor oud, een goede oplossing voor jong.

Wat moet er nu gebeuren? Voor corporaties is het belangrijk dat de verhuurderheffing verder wordt verlaagd of afgeschaft. Dat zal een stimulans zijn om snel meer te bouwen. Maar wat vooral belangrijk is, is dat er landelijke regie komt. Dit is te belangrijk om aan gemeenten over te laten. Stel een Minister van Wonen aan die verantwoordelijk is voor alle woonvormen: van studenten- en starterswoningen tot de woningen in een verpleeghuis. Een minister die gemeenten een woon-leefvisie laat ontwikkelen, gekoppeld aan concrete plannen voor levensloopbestendige wonen. Zo ben je flexibel voor jong én oud. En maak vooral tempo, want de vergrijzing stopt nog lang niet.

Liane den Haan

Dit opiniestuk is gepubliceerd in het AD van 13 november 2021

  
Wilt u op de hoogte blijven? Meld u aan voor onze nieuwsbrief!

           
      

    Share on facebook
    Share on whatsapp
    Share on linkedin
    Share on email
    Share on twitter

    Onze website maakt gebruik van analytische cookies om uw ervaring te verbeteren. Lees voor meer informatie ons privacybeleid.