Inspiratiewijzer op komst voor versterking dementiestrategie

De dementiestrategie van het ministerie van VWS leidt nog niet tot een zinvolle daginvulling voor mensen met dementie, blijkt uit recent onderzoek. “Lokaal staat dit onderwerp al wel bij veel gemeenten op de agenda”, zegt minister De Jonge op Kamervragen van Liane den Haan. Hij kondigde een inspiratiewijzer aan.

Uit onlangs uitgevoerd onderzoek komt naar voren dat in de meerderheid van de Nederlandse gemeenten nog geen 50 procent van de mensen met dementie gebruik maakt van een daginvulling. Liane den Haan stelde er Kamervragen over aan minister De Jonge. In zijn antwoord zegt de minister dat hij de komende jaren, samen met gemeenten en andere betrokken partijen, gaat werken aan de verdere versterking van het aanbod voor thuiswonende mensen met dementie. “Lokaal staat dit onderwerp al bij veel gemeenten op de agenda”, constateert de minister.

Inspiratiewijzer

Hugo de Jonge laat een inspiratiewijzer ontwikkelen die inzicht geeft in effectieve interventies en goede voorbeelden. Hij faciliteert onderlinge kennisuitwisseling tussen gemeenten en stelt aan ruim dertig gemeenten een incidenteel budget beschikbaar om lokaal aan de slag te gaan met de versterking van aanbod voor thuiswonende mensen met dementie.

Binnen acht jaar moet 80 procent van de mensen met (beginnende) dementie een ontmoetingscentrum in de eigen buurt kunnen bezoeken. Dat is de doelstelling van de Nationale Dementiestrategie van het ministerie van VWS. “In zo’n ontmoetingscentra of Odensehuis moeten dan activiteiten voor een zinvolle daginvulling zijn”, zegt Liane den Haan, die afgelopen zomer op bezoek was bij het Odensehuis in Utrecht en daar zag hoe de kwaliteit van leven centraal wordt gesteld.

Zorgelijke stand van zaken

Er zijn helaas ook grote zorgen: uit een onderzoek van kenniscentrum Movisie blijkt dat nog niet de helft van de thuiswonende mensen met dementie gebruik maakt van dagactiviteiten vanuit de Wmo. Bovendien lopen aanbieders van ontmoetingscentra, zoals de Odensehuizen, structureel tegen financiële problemen aan. Terwijl dementie volksziekte nummer één is in Nederland: één op de vijf mensen krijgt dementie. Daarom wordt de urgentie van ontmoetingscentra steeds groter. Liane den Haan wil, met instemming van de Tweede Kamer, dat de regering onderzoekt hoe het in ons land staat met de ontmoetingscentra. Die inventarisatie wordt nu gemaakt. Niets te snel, want uit het onderzoek van Movisie komt naar voren dat de beoogde 80 procent uit de Nationale Dementiestrategie nog vrijwel nergens realiteit is. In de meerderheid van de Nederlandse gemeenten maakt nog geen 50 procent van de mensen met dementie gebruik van een daginvulling. Dat is zorgelijk. Liane den Haan stelde er in samenwerking met Alzheimer Nederland Kamervragen over aan minister Hugo de Jonge van VWS.

Gemeenten aansporen

“Gemeenten moeten aangespoord worden daadwerkelijk werk te maken van voldoende ontmoetingsmogelijkheden en zinvolle dagactiviteiten”, stelt Liane. Ze wil graag weten hoe de minister dat doen. De Jonge antwoordt dat hij in gesprek is met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) over passende manieren om gemeenten hierin te faciliteren. “Dit jaar geef ik dit vorm door een inspiratiewijzer te laten ontwikkelen die inzicht geeft in effectieve interventies en goede voorbeelden, onderlinge kennisuitwisseling tussen gemeenten te faciliteren en aan meer dan dertig gemeenten een incidenteel budget beschikbaar te stellen om lokaal aan de slag te gaan met de versterking van aanbod voor thuiswonende mensen met dementie”, geeft de bewindsman aan. “Voor 2022 ben ik met ZonMw (organisatie voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatie, red.) in gesprek over het opzetten van een regeling om initiatieven gericht op het versterken van aanbod voor thuiswonende mensen met dementie financieel te ondersteunen. De voorwaarden en invulling hiervan worden dit jaar verder uitgewerkt.”

Aansluiten lokale behoeften

Liane den Haan wilde ook graag van Hugo de Jonge horen hoe hij de 80-procent-norm in de Nationale Dementiestrategie denkt te realiseren in de komende periode. “Op welke wijze betrekt u hierbij ook de mensen met dementie zelf en hun mantelzorgers?”, vroeg Liane. Minister De Jonge antwoordde dat hij samen met gemeenten zoekt naar manieren hoe het aanbod voor thuiswonende mensen met dementie verder kan worden versterkt. “Het is in eerste instantie belangrijk dat gemeenten lokaal het gesprek voeren met inwoners om te komen tot aanbod wat aansluit bij de lokale behoefte. Daarnaast stel ik in het kader van de Nationale Dementiestrategie een Klankbordgroep in, waarin mensen met dementie en hun naasten een belangrijke plaats krijgen. Met deze klankbordgroep zal ook over dit onderwerp nadrukkelijk gesproken worden.”

Gebrekkige financiering

Ontmoetingscentra en Odensehuizen worstelen structureel met de financiën. “Tijdens het werkbezoek aan het Odensehuis in Utrecht hoorde ik dat veel centra financieel niet kunnen rondkomen”, vertelt Liane. “Terwijl toch iedereen ziet dat ontmoetingscentra voor mensen met dementie op de lange termijn geld besparen. Mensen kunnen langer thuis wonen, bij hun geliefden en in hun eigen, vertrouwde omgeving.” Diverse Kamervragen van Fractie den Haan aan de minister gingen over de financiering van de ontmoetingscentra. “Gemeenten geven aan te weinig budget te hebben. Is dat volgens u ook een doorslaggevende reden of zijn er ook andere redenen aan te wijzen?”, vroeg Liane aan minister De Jonge. Het Kamerlid wilde van de bewindsman weten hoe hij gemeenten gaat ondersteunen die daadwerkelijk te weinig budget hebben.

Kennis beschikbaar stellen

Hugo de Jonge liet Liane den Haan weten met gemeenten te willen verkennen hoe binnen de bestaande financiële kaders invulling kan worden gegeven aan de opgave te komen tot aanbod van zinvolle activiteiten voor thuiswonende mensen met dementie. “Dit zal ik onder andere ondersteunen door kennis beschikbaar te stellen door een inspiratiewijzer en onderlinge kennisuitwisseling tussen gemeenten te faciliteren”, aldus de minister, die opmerkt dat hij dit jaar aan meer dan dertig gemeenten incidentele middelen beschikbaar stelt om aanbod voor thuiswonende mensen te versterken. “Deze middelen zijn bedoeld om lokaal beleid (door) te ontwikkelen en lokale samenwerking aan te jagen. Het betreft hier nadrukkelijk incidentele middelen waarmee geen aanbod op de langere termijn kan worden gefinancierd.” Fractie den Haan vraagt zich af waarom er maar aan dertig gemeenten geld beschikbaar gesteld wordt; hoe zit het met de rest van de gemeenten?

Geen rol voor VWS

Liane den Haan vraagt de minister ook of hij zicht heeft op hoeveel Odensehuizen onder druk staan qua financiering, en of hij daar onderzoek naar wil doen. “Odensehuizen hebben een belangrijke rol in de wijk als ontmoetingsplek. Ik wil van de minister weten of hij de Odensehuizen kan ondersteunen in hun werkzaamheden.” Minister De Jonge is afhoudend: “De afwegingen voor de Odensehuizen wordt lokaal gemaakt. In de financiële ondersteuning van Odensehuizen zie ik geen rol voor het ministerie van VWS. Ik zal samen met het Landelijk Platform van Odensehuizen kijken hoe Odensehuizen een goede plek kunnen krijgen in de inspiratiewijzer.”

Kwaliteitseisen

Als gemeenten de taak ontmoetingscentra op te zetten blijvend onvoldoende op zich nemen, moet de landelijke overheid ingrijpen, stelt Liane. Ze wilde van de minister horen op welke wijze hij dat kan doen. Gemeenten hebben op grond van de Wmo hun verantwoordelijkheid, antwoordt minister De Jonge. “Gemeenten hebben beleidsruimte in hoe ze hier invulling aan geven, bijvoorbeeld door het stellen van kwaliteitseisen aan voorzieningen. De gemeenteraad of de Wmo-toezichthouder houdt vervolgens toezicht op de wijze waarop het college van B&W uitvoering geeft aan het beleid.” Wat Fractie den Haan betreft een wat vaag antwoord, want wat als gemeenten hier onvoldoende invulling aan geven?

Wilt u op de hoogte blijven? Meld u aan voor onze nieuwsbrief!

    Share on facebook
    Share on whatsapp
    Share on linkedin
    Share on email
    Share on twitter

    Onze website maakt gebruik van analytische cookies om uw ervaring te verbeteren. Lees voor meer informatie ons privacybeleid.