Kwaliteit van leven centraal in ontmoetingshuizen dementie

Binnen acht jaar moet tachtig procent van de mensen met (beginnende) dementie een ontmoetingscentrum in de eigen buurt kunnen bezoeken. Liane den Haan maakt zich er hard voor dat dat wordt gerealiseerd en ging op bezoek bij een goed voorbeeld van zulke ontmoetingscentra: de Odensehuizen.

Hoe is het om te leven met dementie en wat is er nodig om de kwaliteit van leven te verbeteren? Die vragen stonden centraal bij een werkbezoek dat Liane den Haan bracht aan het Odensehuis in Utrecht. Er zijn 38 Odensehuizen in Nederland. Daarnaast zijn in twaalf plaatsen initiatiefgroepen bezig om ook een Odensehuis te realiseren. De huizen – opgezet naar Deens model ontstaan in de stad Odense – zijn een ontmoetingsplek voor mensen met dementie en hun familie, en mantelzorgers. Het is een veilige plek naast hun eigen woonomgeving waar ze zich thuis kunnen voelen en waar ruimte is voor ontmoeting, ondersteuning, activiteiten en advies.

Volksziekte nummer 1

Dementie is volksziekte nummer één in Nederland: één op de vijf mensen krijgt dementie. In 2021 zijn er ongeveer 290.000 mensen met dementie. Dat aantal zal de komende jaren sterk toenemen; naar verwachting zelfs tot een half miljoen in 2040. Zo’n 200.000 mensen met dementie wonen gewoon thuis. Dat kan alleen dankzij de 350.000 mantelzorgers die naast hen staan én dankzij initiatieven als het Odensehuis.

Ontmoetingscentrum in de buurt

“In de Nationale Dementiestrategie is afgesproken dat in 2030 tachtig procent van de thuiswonende mensen met dementie toegang heeft tot een ontmoetingscentrum in de buurt van hun eigen woning, zoals een Odensehuis”, vertelt Liane. “Maar zover is het nog lang niet: in heel veel gemeenten is nog geen ontmoetingscentrum voor mensen met dementie beschikbaar. Ik heb daarom de regering verzocht te inventariseren hoeveel ontmoetingscentra er nu in Nederland zijn, hoe die verspreid zijn over ons land en hoeveel ontmoetingscentra er nodig zijn om aan het gestelde doel te voldoen. Dat verzoek is aangenomen door de Tweede Kamer, zodat we binnenkort weten hoe de stand van zaken precies is. En de ontmoetingscentra voor mensen met dementie moeten ook opgenomen worden in de woon-leef-visies die gemeenten wat mij betreft moeten opstellen.”

Tekst loop door onder de foto’s

Kwaliteit van leven

Liane: “Mooi dat in een Odensehuis de kwaliteit van leven centraal staat. Niets moet en veel mag, merkte ik in gesprekken met medewerkers, een bestuurslid en een bezoeker. Ik sprak ook met vrijwilligers. Vrijwilligers zijn de kurk waarop een Odensehuis drijft; er zijn slechts twee beroepskrachten in dienst.” In de gesprekken merkte Liane dat de medewerkers heel graag willen dat het concept Odensehuis meer bekendheid krijgt. Ze willen dat doorverwijzen naar een Odensehuis voor huisartsen even vanzelfsprekend wordt als het doorverwijzen naar bijvoorbeeld een fysiotherapeut. “Daar zit nog wel een uitdaging”, aldus Liane. “De mensen van het Odensehuis in Utrecht benaderen de huisartsen in de stad regelmatig. Er is dan veel enthousiasme voor het initiatief, maar na een tijdje zakt die aandacht bij de huisartsen toch weer weg.”

Onder de indruk

Medewerkers van een Odensehuis vinden het heel belangrijk dat mensen met dementie niet betutteld worden, maar dat er gekeken wordt naar wat zij nog zélf kunnen. Het is belangrijk om de hersenen zo actief mogelijk te houden. Eén van de bezoekers vertelde aan Liane dat hij dat zo prettig vindt aan het Odensehuis: hij wordt volwaardig behandeld. Naast voor een kopje koffie en een gesprek kunnen mensen ook terecht voor activiteiten als muziek maken en schilderen. Ook Liane en haar beleidsmedewerker deden mee aan een muziekactiviteit. “Ik ben onder de indruk van het Odensehuis”, vertelt Liane na afloop van de gezellige sessie waarin gezamenlijk muziek wordt gemaakt. “Gemeenten moeten echt veel meer inzetten op het creëren van Odensehuizen. Ik heb gehoord dat het probleem grotendeels bij financiering ligt; gemeenten komen niet uit. Terwijl toch iedereen ziet dat ontmoetingscentra voor mensen met dementie op de lange termijn geld besparen. Mensen kunnen langer thuis wonen, bij hun geliefden en in hun eigen, vertrouwde omgeving. Daarom is het zo belangrijk dat we snel, met de juiste gegevens in de hand, verder kunnen met ons streven dat in 2030 zeker vier op de vijf thuiswonenden met dementie toegang hebben tot een ontmoetingscentrum in hun eigen buurt!”

Lees ook: Vragen aan minister De Jonge over trage voortgang dementiestrategie

Wilt u op de hoogte blijven? Meld u aan voor onze nieuwsbrief

    Share on facebook
    Share on whatsapp
    Share on linkedin
    Share on email
    Share on twitter

    Onze website maakt gebruik van analytische cookies om uw ervaring te verbeteren. Lees voor meer informatie ons privacybeleid.