Tekort seniorenwoningen: ‘Wanneer gaan we nu éindelijk bouwen?’

Al zestien jaar geleden werd geconstateerd dat één van de belangrijkste opgaven was om te zorgen voor voldoende geschikte seniorenwoningen. “Sinds 2005 is er veel gebeurd, maar weinig gebouwd”, stelt Liane den Haan vast. “Wanneer gaan we nu éindelijk wooncomplexen bouwen?”

We móeten aan de slag met het bouwen van geschikte seniorenwoningen. Dat was de centrale boodschap van Liane den Haan bij het Tweede Kamerdebat over de Woningbouwopgave. “Alleen als er voldoende geschikte seniorenwoningen zijn, in leefbare wijken met voorzieningen, blijven mensen tot op hoge leeftijd zelfstandig wonen. Alleen dan komt er minder druk op de ouderenzorg en worden mensen niet eenzaam oud”, zei Liane. Ze pleit ervoor dat elke gemeente verplicht een woon-leef-visie ontwikkelt met concrete plannen voor seniorenwoningen. Liane vroeg minister Ollongren of zij zich hard wil maken voor zo’n verplichte woon-leef-visie.

Goede voorbeelden

Er zijn in Nederland al enkele aansprekende voorbeelden van goede woonvoorzieningen voor senioren. Liane noemde De Knarrenhof in Zwolle, het ThuisHuis in Woerden en de hofjeswoningen in Haarlem. “Kan de minister aangeven wat zij kan doen om ervoor te zorgen dat gemeenten dit soort initiatieven sneller uitrollen? Kan de minister aangeven hoeveel woningen er voor senioren worden gebouwd en op welke termijn ze zijn gerealiseerd?”, vroeg Liane aan de bewindsvrouw.

Woningen voor kleine huishoudens

Twee derde van alle grond in Nederland wordt nu gebruikt voor landbouw. Van de ruim 50.000 boeren heeft echter meer dan de helft geen opvolger. “Als we één procent van de landbouwgrond inzetten voor de bouw van woningen, is er genoeg ruimte voor 800.000 extra woningen”, rekende Liane de minister voor. “Mijn voorstel is om op de vrijgekomen grond vooral woningen te bouwen voor kleine huishoudens, en dan met name ouderen.”

Lees ook: Eindelijk krijgt woningbouw voor ouderen hoge prioriteit

“Er zijn nu ruim 900.000 alleenstaande ouderen, in 2040 zijn dat er 1,7 miljoen. 90 tot 95 procent van alle ouderen woont zelfstandig en bijna de helft geeft aan dat hun woning niet levensloopbestendig is en te ver weg ligt van voorzieningen.

Ruim zestien jaar geleden, in 2005, verscheen het rapport van de themacommissie Ouderenbeleid. Daarin stond dat we rekening moesten houden met de demografische ontwikkelingen die ik net schetste. De commissie gaf in 2005 al aan dat één van de belangrijkste opgaves was om te zorgen voor voldoende geschikte seniorenwoningen.

Sinds 2005 is er veel gebeurd, maar weinig gebouwd. Er zijn wel veel nieuwe rapporten verschenen. De commissie Bos kwam met dezelfde conclusies en ook de Taskforce Wonen en Zorg heeft de woonopgave duidelijk op de agenda gezet. Maar wanneer gaan we nu eindelijk wooncomplexen bouwen?

Als we willen dat mensen tot op hoge leeftijd zelfstandig blijven wonen, dat er minder druk komt op de ouderenzorg en dat mensen niet eenzaam oud worden, dan móeten we aan de slag met het bouwen van geschikte seniorenwoningen. In leefbare wijken met voorzieningen. Daarom pleit ik ervoor dat elke gemeente verplicht een woon-leef-visie ontwikkelt met concrete plannen voor seniorenwoningen.

Ik wil graag van de minister weten hoe ze tegen zo’n verplichte woon-leef-visie aankijkt en of ze zich hier hard voor wil maken?
Ik ben er voorstander van dat zaken decentraal geregeld worden die dicht bij burger moeten zijn. Maar sommige zaken, zoals de woningbouwopgave, moet je niet decentraal willen doen. Daarvan moet de regie centraal plaatsvinden. Deze enorme opgave moeten we landelijk regisseren; om ervoor te zorgen dat ‘ie lokaal wordt uitgevoerd.

Gisteren gaf minister De Jonge van VWS aan dat we ervoor moeten zorgen dat ouderenbeleid (ik noem het ‘generatiebeleid’) departementoverstijgend aangepakt wordt. Goed oud worden gaat over wonen, maar ook over zorg, over eenzaamheidsbestrijding. Dat moet niet gefragmenteerd worden opgepakt, maar als geheel. Alleen dan kan het succesvol zijn. Hoe kijkt de minister hier tegen aan?

We kennen de goede voorbeelden: de Knarrenhof in Zwolle, het ThuisHuis in Woerden en de hofjes-woningen in Haarlem. Kan de minister aangeven wat zij kan doen om ervoor te zorgen dat gemeenten dit soort initiatieven sneller uitrollen? Hoeveel woningen er voor senioren worden gebouwd en op welke termijn ze zijn gerealiseerd?

Er is heel veel geld nodig om dit probleem te tackelen. Vanuit de Woningbouwimpuls is 20 miljoen euro extra beschikbaar gesteld voor de bouw van seniorenwoningen, maar dat is een druppel op de groeiende plaat. Kan de minister aangeven wat er in totaal voor de bouw van seniorenwoningen beschikbaar is?

ActiZ heeft in november 2019 voor alle gemeenten in Nederland in kaart gebracht wat hun woonopgave is om ervoor te zorgen dat ouderen een geschikte woning hebben. Daaruit blijkt dat dat landelijk 13 miljard euro gaat kosten om woningen aan te passen en om extra seniorenwoningen te bouwen.

Tot slot: de grond die nodig is om al deze extra woningen te bouwen. Twee derde van alle grond in Nederland wordt nu gebruikt voor landbouw. Van de ruim 50.000 boeren heeft meer dan de helft geen opvolger. Als we één procent van de landbouwgrond inzetten voor de bouw van woningen, is er genoeg ruimte voor 800.000 extra woningen.

Mijn voorstel is om op de vrijgekomen grond vooral woningen te bouwen voor kleine huishoudens, en dan met name ouderen. Want dan slaan we twee vliegen in één klap:

• Er komen veel woningen vrij, waardoor doorstroom op de woningmarkt op gang komt. Dat maakt dat starters en gezinnen ook een passende woning kunnen vinden.

• We besparen miljoenen euro’s op gezondheidszorg, want ouderen die goed wonen, zo blijkt uit cijfers, voelen zich beter en hebben minder zorg en ondersteuning nodig.

Daarmee is bouwen voor oud ook de oplossing voor jong! Hoe kijkt de minister hier tegen aan?”

Share on facebook
Share on whatsapp
Share on linkedin
Share on email
Share on twitter

Onze website maakt gebruik van analytische cookies om uw ervaring te verbeteren. Lees voor meer informatie ons privacybeleid.