Zure appel in coalitieakkoord: AOW stijgt niet mee met minimumloon

De nieuwe coalitie gaat niets doen aan het verkleinen van de loonkloof tussen werkenden en niet-werkenden. Sterker nog: de kloof wordt groter doordat de AOW – in tegenstelling tot het minimumloon – niet stijgt. “Gepensioneerden blijven achter met de zure appel en zijn qua koopkracht wéér het kind van de rekening”, stelt Liane den Haan.

In haar inbreng bij het formatiedebat zei Liane den Haan dat in het coalitieakkoord van VVD, D66, CDA en ChristenUnie voor ouderen alleen wat losse flodders staan. “Een plan hoe we moeten omgaan met de vergrijzing ontbreekt volledig”, vindt ze. “Een beschaving meet je af aan hoe zij haar ouderen behandelt.”

Zoet en zuur

Naast het zuur benoemde Liane ook het zoet in het regeerakkoord: onder andere het afschaffen van de verhuurderheffing, een hoger minimumloon, investeren in een Leven Lang Leren en meerjarige inkoopcontracten in de ouderenzorg. Het zuur voor Fractie den Haan bestond onder meer uit een eerlijk pensioen, de mogelijkheid om met 65 jaar met AOW te gaan en gelijke kansen op de arbeidsmarkt.

Allerzuurst

Het ‘allerzuurst’ noemde Liane de financiële positie van gepensioneerden in vergelijking met de werkenden. “Werkenden zijn er de afgelopen jaar zo’n 20 procent op vooruit gegaan. En niet-werkenden, waaronder gepensioneerden, staan 1 procent in de min. De rek is er bij gepensioneerden echt allang uit”, weet Liane, die zei dat ze erop gehoopt had dat de nieuwe coalitie deze achterstand voor eens en altijd zou rechtzetten. Maar de situatie voor ouderen wordt alleen maar erger, constateerde Liane: “Deze coalitie koppelt de stijging van het minimumloon los van de AOW!”

Hogere ouderenkorting

De coalitie stelt dat een hogere ouderenkorting het niet stijgen van de AOW compenseert. “Maar dat slaat dus werkelijk nergens op”, pareerde Liane. “Iemand met alleen AOW of een klein aanvullend pensioen heeft hier helemaal niets aan, het gaat slechts om een paar tientjes. Gepensioneerden blijven achter met de zure appel en zijn qua koopkracht wéér het kind van de rekening.”

De inbreng van Liane den Haan bij het debat in de Tweede Kamer over het eindverslag van de informateurs en het coalitieakkoord van VVD, D66, CDA en ChristenUnie.

“Het moet voor de onderhandelende partijen geen makkelijke opgave zijn geweest om in een versnipperd politiek landschap tot een coalitieakkoord te komen. Sinds de verkiezingen in maart is vooral het onderling vertrouwen, de bestuurscultuur en het vraagstuk wie met wie, of liever gezegd wie niet met wie dominant geweest.

Tegelijkertijd wonen wij in een land waar ruimte is voor verschillende meningen, ideeën en stromingen. En het is mooi dat VVD, D66, CDA en CU laten zien dat het vanuit die verschillende stromingen mogelijk is om inhoudelijk tot elkaar te komen. Het duurde erg lang, maar toch is dat is een felicitatie aan hen en de informateurs waard.

Ik zal met het zoet beginnen. Ik zie een aantal dingen terug in het coalitieakkoord die ik op mijn wensenlijstje had staan. Ik zal er een paar noemen: de impuls in de woningmarkt, het afschaffen van de verhuurderheffing, de inzet op meer bouwen. Gratis kinderopvang, een hoger minimumloon, investeren op leven lang leren en de arbeidsmarkt. Meerjarige inkoopcontracten in de ouderenzorg, meer geld naar preventie… en alhoewel het wat mij betreft nog lang niet genoeg is, ben ik blij dat we op deze onderwerpen de komende jaren stappen gaan maken.

Maar dan het zuur.

In de gesprekken met de informateurs heb ik gezegd dat de volgende zaken voor mij essentieel zijn als het gaat om een nieuw regeerakkoord:

– Een eerlijk pensioen voor iedereen;

– De mogelijkheid om met 65 jaar met AOW te gaan, bijvoorbeeld via een spaarregeling of te wel een flexibele AOW-leeftijd;

– Gelijke kansen op de arbeidsmarkt voor met name ouderen;

– Inzet op ouderenhuisvesting, zodat er doorstroom en passend aanbod komt.

Ja, er wordt ingezet op bouwen. Maar de kleine investering in ouderenhuisvesting en intergenerationele woonvormen is een druppel op een gloeiende plaat en gaat de doorstroom onvoldoende op gang brengen.

En dan het allerzuurst.

Het coalitieakkoord spreekt van een goed en fatsoenlijk pensioen voor iedereen. Maar ik geloof het niet. Wat is dat dan? Goed en fatsoenlijk klinkt mooi, maar praatjes vullen geen gaatjes. En laten we eerlijk zijn: elk jaar weer staan gepensioneerden financieel op achterstand in vergelijking met de werkenden.

Werkenden zijn er de afgelopen jaar zo’n 20 procent op vooruit gegaan. En niet-werkenden, waaronder gepensioneerden, staan 1 procent in de min. De rek is er bij gepensioneerden echt al lang uit.

Ik had op het goede fatsoen gehoopt van deze coalitie om deze achterstand nu voor eens en altijd recht te zetten. Dat had natuurlijk gekund door het AOW-bedrag te verhogen. Door AOW’ers ook 8 procent vakantiegeld te geven of een dertiende maand. Maar nee, sterker nog, deze coalitie koppelt de stijging van het minimumloon los van de AOW.

Een hogere ouderenkorting zou hier verlichting moeten geven, maar dat slaat dus werkelijk nergens op. Iemand met alleen AOW of een klein aanvullend pensioen heeft hier helemaal niets aan, het gaat om een paar tientjes. En verdere uitwerking ontbreekt.

Verder zijn er geen plannen om het mogelijk te maken eerder met pensioen te gaan en is de inzet op de arbeidsmarkt – voor zover ik kan zien in de plannen – meer gericht op jongeren dan op ouderen. Terwijl juist ouderen meer problemen hebben om aan het werk te komen als ze werkzoekend zijn.

Geen visie, geen plannen, geen structurele inzet op de koopkracht en het inkomen van ouderen. Meestal komt na het zuur het zoet. Maar in dit coalitieakkoord is het net andersom. Er wordt in veel zaken geïnvesteerd. En dat is ook nodig. Maar gepensioneerden blijven achter met de zure appel en zijn qua koopkracht weer het kind van de rekening.

In de afgelopen periode is veel gesproken over de bestuurscultuur en de wijze waarop het parlement en het kabinet, coalitie en oppositie, zich tot elkaar verhouden.

Mijn inzet was dan ook op een coalitieakkoord op hoofdlijnen zodat we meer elkaar moeten opzoeken qua inhoud. Mijn voorkeur had een minderheidskabinet of een extraparlementair kabinet. Zodat er echt sprake zou zijn van dualisme en op inhoud met elkaar de dialoog aan gaan vanaf de beleidsvorming.

Met een coalitieakkoord van vijftig pagina’s kun je niet van hoofdlijnen spreken.

Tegelijkertijd gaan de nieuwe bewindspersonen hun eigen beleidsprogramma’s uitwerken en hopelijk biedt dat kans voor inbreng en actief meedoen voor de coalitie.

In dit coalitieakkoord staan voor ouderen alleen wat losse flodders. Een plan hoe we om moeten gaan met de vergrijzing ontbreekt volledig. Een beschaving meet je af aan hoe zij haar ouderen behandelt.

Helaas, ik kan het coalitieakkoord niet betrappen op enig generatiebeleid of een meerjarenvisie. Maar ik bied de coalitiepartijen graag mijn hulp aan om deze hoofdstukken alsnog vorm te geven. Want omzien naar elkaar en vooruitkijken naar de toekomst, dat doe je sámen.”

   
Wilt u op de hoogte blijven? Meld u aan voor onze nieuwsbrief!

    Share on facebook
    Share on whatsapp
    Share on linkedin
    Share on email
    Share on twitter

    Onze website maakt gebruik van analytische cookies om uw ervaring te verbeteren. Lees voor meer informatie ons privacybeleid.